Welk schema voor co-ouderschap: week om week, 2-2-3, 5-2-2-5
Om de week is niet het enige mogelijke schema, en het is niet altijd het meest geschikte. Dit zijn de vier schema's die in de praktijk echt voorkomen, wat ze kosten aan haal- en brengmomenten, en het criterium dat zou moeten beslissen in plaats van de gewoonte.
Publié le 9 août 2026
Cet article n'existe pas encore dans votre langue. Le voici en Nederlands.
In Frankrijk verstaat bijna iedereen onder co-ouderschap: een week bij de ene ouder, een week bij de andere. Dat is veruit het meest voorkomende schema. Toch is het niet het enige, en ook niet het schema dat bij elke leeftijd past. Er zijn drie andere schema's die regelmatig terugkomen, en ze verdelen precies dezelfde tijd op een heel andere manier.
De vier schema's die je tegenkomt
Alle onderstaande schema's geven een verdeling van 50/50 over een volledige cyclus. Wat ze onderscheidt is niet het totaal, maar de duur van de verblijven en het aantal wisselmomenten.
| Schema | Cyclus | Langste verblijf | Wissels per maand |
|---|---|---|---|
| Om de week | 14 nachten | 7 nachten | ongeveer 4 |
| Om de twee weken | 28 nachten | 14 nachten | ongeveer 2 |
| 5-2-2-5 | 14 nachten | 5 nachten | ongeveer 9 |
| 2-2-3 | 14 nachten | 3 nachten | ongeveer 13 |
Om de week
Het referentieschema. Het kind brengt zeven nachten bij elke ouder door, waarbij de wissel meestal op vrijdag na school plaatsvindt. De voordelen zijn reëel: weinig wisselmomenten, een schoolweek die niet in tweeën wordt geknipt, een schema dat je zonder na te kijken onthoudt, en een directe koppeling aan de even en oneven weken die in rechterlijke uitspraken worden gebruikt.
Het nadeel is net zo groot: zeven nachten is lang wanneer je vier bent, en heel lang wanneer je twee bent.
Om de twee weken
Hetzelfde principe, uitgerekt. Dit schema kom je vooral tegen wanneer de twee woningen ver uit elkaar liggen en elke wissel een reis van meerdere uren kost, of wanneer een ouder in lange, wisselende diensten werkt. Het vraagt kinderen die oud genoeg zijn om twee weken zonder de andere ouder te overbruggen, en communicatie die goed werkt: in veertien nachten gebeurt er onvermijdelijk iets om over te vertellen.
Het 5-2-2-5-schema
Het kind is vijf nachten bij de eerste ouder, twee bij de tweede, twee bij de eerste, vijf bij de tweede. In de praktijk heeft elke ouder altijd dezelfde twee dagen van de week, waardoor de organisatie voorspelbaar wordt: het hele jaar door is het "dinsdag en woensdag bij mama". De weekenden wisselen wel af.
Het is een goed compromis tussen stabiliteit en de frequentie van het weerzien, en vaak de eerste stap richting een volledige week wanneer de kinderen ouder worden.
Het 2-2-3-schema
Twee nachten, twee nachten, drie nachten, en dan wisselt het om. Geen enkel verblijf duurt langer dan drie nachten, en het kind is nooit lang zonder een van beide ouders. Dit is het schema dat het vaakst wordt voorgesteld voor jonge kinderen, en het is ook het meest veeleisende: dertien keer per maand van huis wisselen, dertien keer een tas inpakken, en twee ouders die dicht genoeg bij elkaar moeten wonen om dezelfde school te behouden zonder dat de ochtenden langer worden.
Het is niet het aantal nachten, dat overal hetzelfde is, en ook niet hoe elegant het patroon oogt. Het gaat om wat een wissel van huis kost in jullie echte leven: de afstand, het tijdstip waarop school uitgaat, ieders werk, de leeftijd van het kind, en of het zijn spullen niet vergeet. Een 2-2-3-schema tussen twee naburige gebouwen is milder dan om de week wisselen over veertig kilometer. Datzelfde 2-2-3-schema over veertig kilometer is onhoudbaar.
En de leeftijd van het kind?
Dit is de meest gestelde en de minst eenduidig beantwoorde vraag. In Frankrijk bestaat er geen wettelijke leeftijdsgrens: artikel 373-2-9 van de Code civil staat co-ouderschap toe zonder een ondergrens vast te leggen, en artikel 373-2-11 geeft de rechter een lijst criteria waarin leeftijd niet als enige factor voorkomt.
Wat wel bestaat, is een vrij constante praktijk en een wetenschappelijk debat dat dat allerminst is. Dit zijn de schema's die het vaakst worden voorgesteld, zonder dat ze een norm vormen:
- Vóór 3 jaar: korte, frequente verblijven in plaats van een wekelijkse afwisseling, aanvankelijk soms zonder overnachting, met een geleidelijke opbouw. Dit is het punt waarover professionals het meest van mening verschillen, en de meningen lopen daadwerkelijk uiteen.
- Van 3 tot 6 jaar: het 2-2-3- of 5-2-2-5-schema, die lange afwezigheden vermijden.
- Vanaf 6 of 7 jaar wordt een volledige week gebruikelijk, en het schoolritme leent zich daar goed voor.
- In de tienerjaren verandert de vraag van aard: activiteiten, vrienden en de wens van de jongere zelf worden bepalend, en veel gezinnen versoepelen het kader zonder het op papier te wijzigen.
Van schema veranderen is geen mislukking
Een schema dat gekozen werd toen het kind drie was, hoeft niet stand te houden tot het vijftien is. De gezinnen die het beste functioneren, zijn zelden degenen die meteen het juiste schema vonden: het zijn degenen die het twee of drie keer hebben bijgesteld zonder er een drama van te maken.
Als de verandering blijvend is, is het verstandig om ze op papier te zetten, ook zonder opnieuw naar de rechter te stappen: een gedateerde afspraak, ondertekend door beide ouders, is beter dan een gewoonte die iedereen twee jaar later anders navertelt. Moet de afspraak juridisch afdwingbaar worden, dan gebeurt dat via een gehomologeerde ouderschapsovereenkomst.
Wat Nestido ermee doet
Je geeft je schema één keer op, als een reeks duren: 7 voor
om de week, 2-2-3, of elke andere combinatie. De app vult de
komende maanden vanzelf in, en jij hoeft alleen nog de afwijkingen te
noteren. Van schema veranderen betekent die reeks aanpassen: de planning
wordt herberekend, en wat al is gebeurd, blijft ongewijzigd.
Lees ook: nachten tellen zonder ruzie en hoe co-ouderschap wordt beslist.